|
|
|
|
| |
|
De hadj (Arabisch: الحجّ) is de bedevaart naar Mekka, een van de
vijf zuilen van de islam. De hadj is verplicht voor alle gezonde,
volwassen moslims die over voldoende geld beschikken. Voor mensen
die om gezondheidsredenen niet kunnen gaan, of niet genoeg geld
hebben, is het dus geen verplichting. Wel kan iemand die zelf de
hadj al verricht heeft in naam van iemand gaan die daartoe niet in
staat is, ook namens een overledene. |
|
|
|
Voordat de pelgrims in Mekka aankomen, moeten zij een staat van
spirituele reinheid (ihraam) aannemen. Daartoe verrichten de
pelgrims op door Mohammed aangewezen plaatsen een rituele wassing (woedoe)
en moeten mannen hun dagelijkse kledij inruilen voor twee ongenaaide
witte doeken die om het middel en over de schouder gedragen worden.
Daardoor bestaat er geen uiterlijk onderscheid meer tussen rijk en
arm. Vrouwen dragen bij voorkeur witte kleding, waar verder geen
bijzondere eisen aan gesteld worden. |
|
|
|
Bij
aankomst in Mekka is het eerste ritueel de tawaaf. Hierbij loopt de
pelgrim onder het uitspreken van smeekbeden zeven keer rond de
Ka'aba, het kubusvormige "Huis van God" ("Baitullah"), die het hart
van de moskee vormt en die ieder jaar opnieuw van een rijk bewerkt
omhulsel ("kiswah") voorzien wordt: een zwart, brokaten doek, met
daarop in gouddraad geborduurde Koranverzen. Links van de ingang van
de Ka'aba bevindt zich de Zwarte Steen, die volgens een overlevering
ooit wit was, maar door de zonden van de mens zwart werd. |
|
|
|
Daarna volgt een ritueel dat sa'i genoemd wordt: zoals Hadjar
(Hagar) wanhopig tussen twee heuvels (Safa en Marwah) heen en weer
liep op zoek naar water voor zichzelf en haar zoon Ismaïl toen zij
door Ibrahim in de woestijn waren achtergelaten, lopen de pelgrims
zevenmaal tussen deze heuvels heen en weer. |
|
|
|
Nadat Hadjar zevenmaal heen en weer had gelopen verscheen de engel
Djibriel en wees haar op een bron die aan de voeten van Ismaïl
ontsprongen was. Zij noemde die bron Zamzam en het water daaruit
wordt tijdens de bedevaart veelvuldig door de pelgrims gedronken. |
|
|
|
Na
de overnachting in een enorm tentenkamp in Mina gaat de hadj verder
en bezoeken de honderdduizenden moslims de vlakte van Arafat, een
als zeer belangrijk aangemerkte plek in de woestijn waar men tot
bezinning kan komen. |
|
|
|
Na deze bezinning gaan de bedevaartgangers terug naar Mina, waar
iedere bedevaartganger 49 steentjes verzamelt. Deze steentjes worden
gebruikt in de jamrah; de rituele steniging van de duivel, die naar
verluidt Ibrahim zou hebben verleid geen gehoor te geven aan Gods
bevel om zijn zoon te offeren. De plekken waar de duivel ooit aan
Ibrahim verscheen worden gesymboliseerd door drie zuilen, waar het
dan ook miljoenen steentjes regent. |
|
|
|
Het laatste onderdeel van de vijfdaagse ceremonie is het Offerfeest,
dat tegelijkertijd ook in de rest van de islamitische wereld
plaatsvindt. Ook dit ritueel heeft te maken met het verhaal van
Ibrahim (dat grotendeels overeenkomt met het verhaal van Abraham in
de Bijbel): vlak voordat hij zijn zoon wilde offeren, verruilde God
zijn zoon met een schaap om te offeren. De islamitische traditie
vermeldt dat het om zijn zoon Ismaïl zou gaan. Het vlees van de
geofferde kamelen, runderen, schapen en geiten wordt grotendeels
uitgedeeld aan behoeftigen. Tegenwoordig wordt het vlees ook
ingevroren en geëxporteerd naar gebieden waar hongersnood heerst. |
|
|
|
Al
tijdens het Offerfeest maakt een grote opluchting zich meester van
de pelgrims. Ze hebben een van de belangrijkste plichten van een
moslim vervuld en mogen zich nu hadji noemen: een moslim die de
pelgrimstocht naar Mekka heeft afgelegd. Trots en tevreden keren ze
terug naar huis, in de hoop dat ze alles oprecht genoeg gedaan
hebben en dat God hun pelgrimstocht zal aanvaarden. |
| |